maandag 4 januari 2016

Het spijt me, meneer

In oktober vorig jaar las ik weer eens iets over ergernis in het verkeer in de "Op Eigen Kracht", het Amsterdamse papieren blad van de Fietsersbond.

Op dat moment was het vier en half jaar geleden dat wij van Amsterdam (Oost) naar Amstelveen verhuisden. Toevallig was ik die week ook voor het eerst weer eens "helemaal" op de fiets naar onze oude buurt. Bij terugkomst was ik deels opgelucht, deels in shock. Hoe druk het was in de stad, en wat een geroep kreeg ik te verduren. Ik fietste blijkbaar te langzaam. Is het fietspad langs de Middenweg tegenwoordig een hoge snelheids fietsroute? Ik voelde me een hopeloze provinciaal - dat was de shock - en blij toe (de opluchting).

Ik dacht terug aan de tijd dat wij in Amsterdam woonden, van 2004 tot 2011. Was het toen ook zo druk? Was er ook zoveel geschreeuw en geroep? Ik herinner me van die periode, dat ik me had aangewend me mentaal te "wapenen" vóór ik op de fiets stapte. Vóór ik de sleutel van het kettingslot tussen de andere sleutels zocht, tussen de fietsen dook, het slot opendraaide en zonder me pijn te doen of ergens achter te blijven haken de zware ketting uit het wiel trok en om het stuur hing. Voorzichtig en met enige kracht de fiets uit het rek trekken, wederom opletten om nergens te blijven haken - en dan. Om me heen kijken - wie was er op straat - en mezelf intern toespreken: "Kom op, je kunt het! Opletten, vriendelijk en rustig blijven." Dat merkte ik vooral op dagen dat ik het níet kon, en dus niet per fiets de deur uitging. (Wat meestal betekende, niet de deur uit.)

Ja, dat opletten, vriendelijk en rustig blijven... je zou het een vorm van praktische loving kindness meditatie kunnen noemen. Ik nam me voor de fietstocht, en wat zich ook aan zou dienen, in principe blijmoedig, of tenminste met verwondering en aandacht voor alle aspecten van de ervaring tegemoet te treden.

Als iemand iets vervelends of gevaarlijks deed - bijvoorbeeld mij snijden bij het inhalen - zei ik bijvoorbeeld "Oeps! Dat ging maar net goed", of "Daar ik schrik ik van, meneer/mevrouw". En daar lachte ik dan vriendelijk bij. Ik probeerde wel te laten merken dat er iets gebeurde wat niet helemaal OK was, maar niet boos of geirriteerd te worden.

Vooral een simpel "daar schrik ik van" deed vaak wonderen. Je zag mensen haast fysiek leeglopen. Meestal was de ander namelijk óók een beetje geschrokken.

Minstens zo effectief stel ik me een alerte en blijmoedige houding voor. Goed anticiperen en vooraf oogcontact zoeken met de andere verkeersdeelnemers; even glimlachen, checken of ze me zien, en laten zien wat ik ga doen. Gelegenheid geven op mijn volgende acties te anticiperen. Vriendelijk bedanken als iemand voorrang verleent of op andere wijze helpt. Oók, als dat "gewoon, volgens de regels, moet".

In 2007 werd ik zwanger was van de oudste. Vanaf het zien van de streepjes op de zwangerschapstests stopte ik bij alle stoplichten. Ik wilde geen risico lopen met mijn dikke buik, en alvast oefenen voor straks: onze kinderen eenduidig een goed voorbeeld voorleven. Het geduld opbrengen was eerst moeilijk, maar later lukte het steeds vaker de gelegenheid te benutten om even niets te doen, om mij heen te kijken en waar te nemen wat er allemaal gebeurde. Dat is in de stad altijd van alles. Soms leidde dat tot gezellige uitwisselingen met andere wachtenden of onverwachte ontmoetingen met (on)bekenden. Ik ben zo iemand die eigenlijk niets of niemand ziet (herkent) tijdens het de fietsen, namelijk.

Hét grote voordeel van deze aanpak was vooral, dat ik mijn eigen gemoedsrust kon bewaren. Als andere verkeersdeelnemers zich opwonden, kon ik dat meestal goed bij hen laten. Soms moest ik mezelf nog eens toespreken: het is jouw keuze je humeur te laten verpesten, het is jouw hart dat klachten krijgt als je je zo opwindt. Ik kies daar niet voor.

Dat was toen. Terug naar nu... voor het eerst in ruim vier jaar had ik in November - hier, in Amstelveen - toch weer een stressmoment in het verkeer. Ik bracht de kinderen in de ochtendspits naar school - de jongste bij mij voor op de fiets, de oudste wat verder achter me, lopend. Het was nog donker. Ik stak, óp de fiets, traag fietsend, een zebrapad over. Op de tweede weghelft trok een langzaamrijdende sliert auto's voorbij. Toen ik op de vluchtheuvel reed, lag het zepbrapad even vrij in de ruimte tussen twee auto's. Ik ging ervan uit dat de volgende auto ons zou zien - en tijdig stoppen.

Het liep anders. Hij zag mij níet, of pas te laat, of verwachtte dat ík zou stoppen... hij moest remmen, met kracht. Zijn wielen stonden al op de zebra. Ongeveer één meter scheidde mijn fiets van zijn bumper.

De bestuurder was kwaad. Boos gebaarde hij naar mij, draaide het raampje open en riep me toe "niet fietsen op het zebrapad!". Toen - en ik schaam me het te zeggen, waarom toch? - werd ik op mijn beurt óók kwaad en slingerde hem onder andere: "Hebt u zelf kinderen? Doe ze de groeten!" naar het hoofd. Ik was er zelf door van slag. Op school vertelde ik het een andere ouder (van huis uit een nuchtere Twent). Hij zei doodgemoedereerd: je mag ook niet fietsen op een zebrapad.

Dat was waar. Waarom liet ik me dan zo gaan deze keer? In plaats van rustig te blijven en "u hebt helemaal gelijk, het spijt me" te zeggen?

Misschien kwam het, omdat ik me al ergerde aan de kinderen. Hadden ze niet genoeg meegewerkt bij het klaarmaken voor school? Liep de oudste zo langzaam? Of lag het aan het fietsvoorzitje waar onze jongste - ze is al vijf - op zat? Het is een toer er van af te stappen zonder mezelf op een pijnlijke plek te bezeren. Ik herinner me vooral, geef ik toe, dat ik vond dat de andere weggebruiker rekening met míjn situatie moest houden... meer, dan ik met de zijne... oei, niet zo fraai.

Leven en leren... oeps!

Dus bij deze, als u dit leest: het spijt me dat ik, rijdend op de fiets met een kind voorop, vlak voor uw neus het zebrapad opreed. U had gelijk. Ik moet me aan de regels houden. Voortaan steek ik het zebrapad lopend over.

En: bedankt dat het u toch lukte bijtijds te remmen.

Nu ik er toch over nadenk: ik zou graag van deze gelegenheid gebruik maken om ook alle andere weggebruikers in Amstelveen te bedanken: voor alle keren dat het lukt om rekening met de kinderen en mij te houden, en voor alle oplettendheid en vriendelijkheid die we daarbij vaak ervaren. Bedankt!

En tot slot bedankt, boze bestuurder, voor de herinnering. Als er iets misgaat in het verkeer denk ik weer aan mijn Amsterdamse mentale Zen wapenrusting. Ik zeg sorry, en probeer aandacht te geven aan de emotie van mezelf en de ander.


  • Dankzij een Coffee en Counselling workshop van Roos Streumer heb ik dit incident nader onder de loep genomen en dit stuk kunnen schrijven. Dankjewel, Roos : ) 
  • De Fietsersbond schrijft al jaren over gedrag in het verkeer (bijvoorbeeld hier of hier). De ANWB misschien ook wel? Ik hoor het graag (zet je link in de  comments).
  • Ben of ken je die boze bestuurder? Laat wat horen en/of stuur dit blogje door... dankjewel!


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen