donderdag 17 december 2015

Kerst... moeilijke, terugkerende gedachten of thema's? Stop ze in een pot. Nee, niet de doofpot. De dankpot.

Kerst. Familie. Moeilijk of...? Voor mij wel, vaak. Vorig jaar was het weer eens zo ver. Ik zat bij een fijn knappend haardvuur met familie om mee heen, lekker eten, een mooi bos op wandelafstand... en ik voelde me ellendig. Al-weer. Pffft.

's Avonds besloot ik dat ik niet onverbeterlijk hoefde te zijn, en dook het Internet op. Joost weet welke zoektermen ik heb gebruikt. Iets over omgaan met pijn en verdriet, gokte ik. Die onder ogen zien en daardoor verwerken. Want zover was ik inmiddels wel; als ik me zo voel, zit me iets dwars. Iets doet me pijn of verdriet. Iets dat zo groot lijkt voor mijn onderbewuste, dat het mij beschermt door er een blok beton op te leggen. Ssst. Niet naar kijken, niet over praten. Vooral niet voelen. Níets voelen, dus. Vandaar dat rottige, afgestompte gevoel.

Maar hoe kan ik mijn onderbewuste nu eens verleiden het beton zacht te laten worden, de ijsplaat te doen smelten? "Let it go", ja als je zo'n onverzettelijk lieve zus hebt als Elsa - maar die heb ik niet, en het commando "gewoon loslaten" heeft mij nooit mogen baten. Beledig de intelligentie van mijn onderbewuste niet. Het dénkt er niet aan, wat dan ook zomaar los te laten. Het houdt er toch om een reden aan vast?

Met een missie sloeg ik aan het Googlen. Verwoed klikte ik van pagina naar link naar pagina, ander zoekwoord hier, snufje Engels daar - iets wat voor mij klopte en écht werkte... ik had geen idee waar ik naar op zoek was, maar wist wel dat ik het zou herkennen als ik het zag. Ik houd van Internetten op die manier. Op een gegeven moment - het was na tienen, iedereen lag al te slapen en ik zou morgen wel de klacht krijgen dat ik zo laat naar bed was gekomen - stuitte op een ongelofelijk verhaal. Ene dr. Hew Len had op Hawaii een hele afdeling met criminelen met een mentale stoornis genezen - door in een kantoortje hun dossiers een voor een te "behandelen". De gevangenen waren ontslagen en de afdeling was gesloten. Huh? Kan dit waar zijn?

De "methode" die deze dokter had gebruikt heet Ho'oponopono. Ik zette mijn skeptische gedachten even in de wacht en onderzocht verder. Het zou iets zijn wat je zelf kunt doen: een soort zelfhulpmethode. Het idee: bepaalde problemen - fysiek of geestelijk - creëren we zelf, met ons onderbewuste. Omdat er oude onopgeloste trauma's - uit ons eigen verleden of dat van mensen of dingen die ooit om ons heen waren - als patronen doorwerken in ons "nu". Elke keer dat ik een bepaald probleem ervaar, is dat een uitnodiging om het onderliggende trauma of patroon te helen. Als een vraag: weet je nog, dit is kapot. Is het al tijd om het te maken?

Mijn eerste reactie was weerstand. De guilt trip! Alles waar ik last van heb, doe ik mezelf aan? Eigen schuld, dikke bult? Hoe ontzettend niet eerlijk. Wat kan ík er aan doen? Maar volgens Ho'oponopono gaat het niet om schuld, maar om verantwoordelijkheid; om kracht en kunnen. Een probleem dat ík ervaar, heb ík geschapen; het ligt dus ook in mijn vermogen om het op te lossen. En: ik hoef dat niet helemaal zelf of alleen te doen; de Ho'oponopono rituelen zijn bedoeld om mijn probleem of vraag over te dragen aan een grotere (goddelijke) intelligentie. Soort crowdsourcing, maar dan oldskool; zonder gebruik van moderne technologische middelen, hield ik mijn innerlijke skepticus nog even op haar poef.

Ook prettig: ik hoef niet precies te weten hoe het trauma in elkaar steekt, of wat het heeft veroorzaakt. Mijn ervaring met diverse soorten (alternatieve en meer klassieke psycho-) therapie is namelijk, dat hoe meer energie je in de geschiedenis van een pijnpunt stopt, hoe meer pijn dat punt gaat doen. En het erkennen van pijn kan goed, ja nodig zijn, daar heb ik niets tegen; maar als pijn de mooie dingen in het leven wegstemt, overstemt, uitvlakt, ga ik de verkeerde kant op. Een kant die ik niet wil. Dat risico zou ik met Ho'oponopono in elk geval níet lopen. Mooi.

Er diende zich een alternatief voor het door mij verfoeide loslaten aan: overdragen en vertrouwen.

Dat klonk mij toch anders in de oren.

Dus, dacht ik, (inmiddels was het voorbij middernacht, maar ik was op een missie)... OK... kom maar door. Ik kan wel wat zelfhulp gebruiken. Baat het niet, dan schaadt het niet.

Ik vond op YouTube een meditatie van tien minuten die me direct iets van de methode zou laten ervaren. Ik pakte de koptelefoon erbij - vanwege mijn slapende familieleden - en luisterde tien minuten naar mooie muziek, en eindeloos herhalen van "thank you, I love you, please forgive me, I am sorry".

En, eerlijk is eerlijk: het voelde goed.

De volgende dag, toen de kinderen weer ruzie kregen om iets in mijn ogen onbenulligs, paste ik het toe. Hoe gek ik het ook vond klinken, ik schaamde me ook een beetje om wat ik nu weer voor geks zei: ik zei tegen onze kinderen: ik houd van je, het spijt me dat jullie ruzie hebben, vergeef me, dank je wel. Of soms vergat ik een van de vier, of deed ik de volgorde anders. Maar het verbazende was: het werkte! Elke keer stopten ze met ruziën en ze losten het zelf op. Na een paar keer maakten ze helemaal geen ruzie meer.

Ik nam me voor hier meer over te weten te komen, en ik gaf me op voor een Ho'oponopono seminar in Amsterdam.

Ook zette ik een jampot op de WC en schreef erop "dank je wel, het spijt me, vergeef me, ik houd van je". Als ik op de WC zat, vroeg ik me af of me iets dwarszat. Zo ja, op een brief je en in de pot. Ik heb een buikje. Ik heb geen lange krullende wimpers. Ik heb geen lang, dik, krullend haar. Ik ben niet goed genoeg. Mijn zoon wil niet dat ik zing in zijn buurt. Ik voel me gevangen. Machteloos moment. Dat soort dingen. Ik schreef ze op en stopte ze in de pot. En bedankte de gedachte. Ja, wat wonderlijk: blijkbaar vind ik mezelf niet goed genoeg. Dankjewel dat je me eraan herinnert. Ik houd van je, vergeef me, het spijt me.

Nu, bijna een jaar later, kom ik de pot weer tegen. Sinds maanden heb ik er niks meer in gedaan. Deze gedachten ken ik nog wel, maar die zijn niet weer geweest. Natuurlijk, er kwamen andere moeilijke gedachten. Maar ik ging erover praten. Ze delen. Er bleken mensen te zijn met wie dat kon. Mijn man, bijvoorbeeld. Heel gek. En: ik was niet meer zo boos op die gedachten. Of: op mezelf, om die gedachten. Dat vooral, denk ik.

De pot had ik verhuisd naar achterin een keukenkastje, waar ik hem nu tegenkom, op zoek naar een brede rol van dat bruine verpakkingsplakband. Wil ik die pot nog bewaren? Nee, dus.

Dankjewel, dankbaarheidspot. Je hebt me geholpen dankbaar te zijn voor mijn gedachten. En hup, in de glasbak. De papiertjes in de oudpapierbak.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen